Brasserie Flandria Roeselare
Brasserie Flandria Roeselare

Brasserie Flandria naar Raad van State tegen sluiting horeca: “Regering moet bewijzen dat er besmettingen zijn in de horeca”

 

Roeselare – De zaakvoerders van de Roeselaarse Brasserie Flandria trekken naar de Raad van State tegen de beslissing van de federale regering om de horeca een maand te sluiten. Ze vragen bij hoogdringendheid de beslissing om de horeca te sluiten te schorsen. “De kans op slagen is miniem, maar we willen ons niet laten doen”, aldus de broers Jan-Willem en Louis Pauwelyn.

 

Bij Brasserie Flandria zijn ze het beu dat de horeca steeds geviseerd wordt als broeihaard voor het coronavirus. De verplichte sluiting van een maand die vorig weekend inging was voor hen een stap te ver en dinsdag dienden ze bij de Raad van State een vordering tot schorsing van het ministerieel besluit dat bepaalt dat alle horecazaken sinds maandag een maand de deuren gesloten moeten houden. “Eerder moesten we al vier maanden dicht en nu moeten we opnieuw op de grendel. Dat is keihard. We zijn nog jong en hebben de voorbije jaren keihard gewerkt en stevig geïnvesteerd in onze droom. We zijn erin geslaagd om die uit te bouwen tot een bloeiende zaak. Het was niet altijd even makkelijk, maar we bleven gaan. Ook toen we plots een reeks maatregelen in de strijd tegen corona er bij moesten nemen. Handgel, mondmaskers, registratieformulieren, afstand, schermen, … We deden het allemaal. Maar we willen gewoon ons werk blijven doen”, zeggen de broers. “Een nieuwe sluiting is er over voor ons over. We zijn echt kwaad en willen het hier niet bij laten.”

 

We vragen geen vernietiging, maar een schorsing. We vinden dat de regering moet bewijzen dat er effectief besmettingen zijn in de horeca. Bovendien hoorden we in de media dat de sluiting van de horeca na twee weken geëvalueerd zou worden. Maar daar is in het besluit dat zondagavond gepubliceerd werd geen sprake van. We beseffen dat de kans op slagen heel klein is. Wij zijn maar een kleine garnaal die het opneemt tegen een mastodont. Maar we willen op z’n minst een signaal geven.”